Drie flamenco’s vliegen met mij mee
We zijn onderweg naar ver van hier
Voor de ingang staan twee blauwe beren op wacht
Alleen mijn vrienden en ik mogen naar binnen
Twee vlinders brengen mij een glas rooibosthee
Een paar lammetjes breien mijn sloffen van wol
Langzaam leg ik mij te rusten op een bank van pudding
Hier, waar niemand ooit kan komen, ben ik thuis
|