Adem maar, verander mijn regen
in een klein beetje zuiver goud
mijn benen zijn zwaar van het rennen
mijn luchtwegen nog steeds vernauwd
weg van de dromen, weg van het water
van de steiger die alles volbracht
plus het eeuwig durende vechten
van de wil tegen de overmacht
nooit meer zal de magie herleven
nooit meer is de droom groter dan het geheel
stilte laat haar tranen vallen
en daarvan zijn er te veel
je mag de oppervlakkige woorden lezen
schreeuw ze naar me, kom op met dat besef
de waarheid heeft al genoeg gebroken
zodat ik haar nu als een bekende tref
zweer in me, pijn, laat me lijden
maar verlos me van dit stille verdriet
want alles is al overboden
terugkomen doet de hemel niet
stille wateren hebben diepe gronden
de sporen van onze voeten staan er nog in
maar de ogen zijn al lang gesloten
de rest heeft allemaal weinig zin
de regen kan ik nog wel hebben
het is de onwetendheid die steekt
de ogen die niet meer doen verlangen
het is de hemel die ontbreekt. |