Daar ben je dan, klein en lief,
Met nog zo’n tedere leeftijd,
Terwijl je in de droevigste auto,
Steeds verder van hem weg rijdt.
Mama zegt, papa gaat weg,
Maar je moet doorgaan,
Hou nu maar op met huilen,
En stel je niet zo aan.
Je probeert te lachen,
Met alles je uiterste best te doen,
Maar door de vervroegde winter in je leven,
Heb je veel verdriet door de gedachte aan toen.
Daar sta je dan, op je mooist en best,
Met heel je hartje op slot,
Je beloofd niet meer te huilen,
Ook al voel je, je bang en rot.
Je hebt zoveel vragen,
Je ziet gemene ruzies en voelt scherpe pijn,
Je hoort zoveel eindeloze woorden,
Omdat jouw papa en mama er niet meer voor je zijn.
Je groeit groter en sterker,
Maar je komt niet vooruit,
Het enige wat je wilt, zijn warme armen,
Maar dat maakt uiteindelijk niemand meer wat uit. |