Ik leef in een grote mensen wereld,
Met allemaal grote mensen dingen,
Er is geen kinderlach meer te horen,
Ik mag er geen kinderlied meer zingen.
In die grote mensen wereld is alles zwaar,
Iedereen is alleen maar druk,
Ze willen er steeds maar meer spullen,
Hopend op het ware geluk.
En in diezelfde grote mensen wereld,
Sta ik middenin alleen,
Teneergeslagen door verdriet en gemis,
Met een grote betonnen muur om me heen.
Die grote mensen wereld kwam voor mij te vroeg,
En deed mij als klein meisje veel pijn,
Ik heb helaas nooit een kinderwereld mogen ervaren,
Omdat ik als kind al zo groot moest zijn. |